|
||||||||
|
Wie deze kolommen wel eens vaker leest, weet wellicht dat ondergetekende een flink ontwikkelde boon heeft voor “all things Italian” en al helemaal voor artiesten, die de Italiaanse ziel in al haar rauwe puurheid weten vorm te geven en ik ban dus bijzonder blij dat ik met deze plaat Lavinia Mancusi mocht ontdekken. Enfin, dat “ontdekken” gebeurde al even geleden, want mijn eerste kennismaking met deze Romeinse artistieke duizendpoot gaat terug tot Nando Citarella’s Tamburi del Vesuvio. Lavinia studeerde viool vanaf haar zevende, werd gebeten door de folkmicrobe, al vermeed ze ook de Italiaanse pop niet en ze kwam dus i 2008 bij de Tamburi terecht. Ze was te horen en te zien met mensen als Eugenio Bennato en Alessandro Mannarini en maakte, voor zover ik kon nagaan al twee platen onder eigen naam. Daarnaast was en is ze ook als schrijfster en als danseres actief, zodat je haar best wel een alleskunnertje mag noemen. Op deze nieuwe plaat speelt ze viool, gitaar en percussie en concentreert ze zich op een mix van traditionele liederen en nummers van mensen als Roberto de Simone -Marinaresca/Secondo Coro delle Lavandaie-, Matteo Salvatore -Lamento dei Mendicanti/Padrone Mio- en de klassieker Vincenzo Bellini, van wie “Fenesta ca Lucive” eerder al zowel door Pavarotti als door Mario Lanza de eeuwigheid in gezongen werden. Van de Lamento van Salvatore bestaan overigens formidabele versies van zowel Vinicio Capossela als Enzo Avitabile en dat wil ik hier uitdrukkelijk vermelden, omdat het aangeeft in welke klasse Lavinia Mancusi opereert. De namen die ik vermeld, zijn stuk voor stuk die van absolute toppers in de Italiaanse folk en daar mag je vanaf nu zonder schroom deze zangeres bij rekenen. Met haar bijzondere stem en vooral door de keuze van de songs, die in acht hoofdstukken een Ode aan Het Leven vormen, met inbegrip van alle miserie en pijn die dat Leven kan inhouden, stormt Mancusi zonder de minste aarzeling regelrecht de top van de hedendaagse folk binnen. Wie op zo’n manier de Tarantella kan combineren met klassiek Siciliaans werk als “Morsi cu Morsi” van Rosa Balistreri, zo iemand is simpelweg een grote zangeres. De live-liefhebber in mij begint, bij het beluisteren van een briljante plaat als deze, spontaan te dromen van een live concert van zo’n artiest. Lavinia heeft overigens ook al een paar avondvullende spektakels op haar actief. Wie destijds de stukken van Dario Fo kon waarderen, zal allicht ook niet krijsen weglopen van een politiek geïnspireerde voorstelling als “Revolucionaria”, dat ze pleegt op te voeren samen met de mensen die haar op deze plaat begeleiden: Mauro Menegazzi (accordeon) en Iacopo Schiavo (gitaar enOud). Ik ben benieuwd of er een programmator dit aandurft, maar één ding is zeker: zangeressen als Lavinia Mancusi krijg je hier maar zelden te zien! Maar kom…de ronduit fantastische plaat helpt om het wachten te overbruggen. (Dani Heyvaert) |